
Een jaar geleden hebben wij de overstap gemaakt naar speciaal onderwijs. Na zes jaar regulier onderwijs was de tijd rijp, werd het gat te groot en voelden we dat we de overstap moesten maken. Na een jaar kwam in gesprekken naar voren dat Joas meer ondersteuning nodig had dan ze in die klas konden bieden. Even een reality check en een verdrietig moment. Weer iets dat anders is. Na vele gesprekken en een innerlijke acceptatie-fase is de keuze gemaakt om Joas dit jaar in een andere groep te laten starten, wel gewoon op dezelfde school.
Hij start in de BOS groep. Deze groep staat voor extra Begeleiding, Ondersteuning en Structuur. Een klein klasje, verschillende leeftijden, extra vrouwkracht. Een klas waar ze zowel cognitief bezig zijn, maar er ook veel aandacht is voor de communicatie van deze kinderen.
Voor ons weer even een lastig nieuw moment. Nieuwe juffen, nieuwe kinderen, nieuwe ouders. Ja, misschien ben ik zelf ook niet heel goed in verandering, bedenk ik me nu haha. Ze moeten je kind weer leren kennen, zijn fratsen, zijn communicatie en spraak, zijn bedoelingen, zijn persoontje. En ook hij moet de nieuwe juffen weer leren kennen. Hoe ver kan hij gaan, hoe streng zijn ze ; )
Joas zijn grootste beperking is naar ons idee zijn communicatie. Hierdoor lijkt hij meer in zijn eigen wereld te zitten dan andere kinderen en is het soms lastiger contact maken en gaat er klassikaal denk ik regelmatig wat langs hem heen. Ook heeft hij hierdoor moeite om zich zelfinnerlijk aan te sturen bij het uitvoeren van taken. In deze klas wordt meer gebruik gemaakt van gebarentaal en doen ze heel veel met pictogrammen. Een strakke structuur waardoor ze weten waar ze aan toe zijn en wat er van hen verwacht wordt.
Persoonlijk vind ik dat Joas best heel leerbaar is, als je maar zijn aandacht hebt. (Ach dat geldt voor alle kids natuurlijk). Maar wat ik nog mooier vind, hij doet heel veel na en is heel goed is praktijk dingen. Denk aan tafel dekken, koken, opruimen. Door te kijken naar anderen en structuur leert hij super veel. Zo krijgt hij nu bijvoorbeeld ook kookles, waarvan ik weet dat hij dit echt helemaal fantastisch gaat vinden. En doordat de klas kleiner is, is er ook meer aandacht voor elk kind.
Ook hebben ze klassikaal logopedie en heeft hij twee keer per week individuele logopedie. Het mooie is namelijk, als je hem hardop hoortl ezen, dan hoor ik gewoon dat de spraak wel ergens aanwezig is. Maar inmiddels hebben we ons er ook bij neergelegd dat het nooit een vloeiende prater zal worden. En dat is ok. Komend jaar hopen we dus een mooie sprong te maken op communicatie vlak, op welke manier dan ook.
Bij de logopediste heb ik namelijk aangegeven dat het me zo mooi lijkt om een klein gesprekje met hem te voeren. Hierin hebben we afgelopen jaar echt al wel een sprong gemaakt. Want als ik nu bijvoorbeeld vraag: ‘Waar is Jens?’ dan kan hij antwoorden ‘Jens bij oma slapen!’ Dat was voor heen niet denkbaar. En hij lijkt zich nu ook meer bewust van zijn eigen ik. Want onlangs wees hij naar mij en zei ‘mama’ daarna wees hij naar Wilfred en zei ‘papa’ en daar wees hij naar zichzelf en zei ‘Joas’. Het lijken zulke kleine dingen, maar voor ons zijn dit zulke grote mijlpalen. Zulke kleine gesprekjes, gesprekjes waarin we elkaar begrijpen, waar in het heen en weer gaat, een droom die uitkomt.
Dus laten we gaan knallen dit jaar. Nieuwe klas, nieuwe kansen!


